Het is april 1943 en ik was toen 4 jaar.
Mijn vader is ergens in Bergschenhoek ondergedoken en is zelden thuis. Toen ik samen met hem een boodschap ging doen werd hij door de Duitsers gearresteerd en in een vrachtauto gegooid. Ik word naar huis gestuurd en huilend kom ik thuis.
Even later staan bij die vrachtauto een aantal vrouwen – als afleiding – met de Duitsers te flirten, zodat mijn vader kans ziet uit de vrachtauto te springen en hij verstopt zich snel. ’s Avonds komt hij weer naar huis en kan dan vertellen dat hij is ontsnapt.
Op Bevrijdingsdag kreeg hij de opdracht om met zijn knokploeg naar Rotterdam te gaan. Onderweg kwamen ze echter een groep Duitse soldaten tegen die meteen het vuur openden. In dat gevecht verloren nog 3 jonge mensen het leven. Mijn vader heeft daar zijn hele leven last van gehad.
Willy Koedoot-van der Kaaden