Wie een pelgrimstocht te voet onderneemt, ervaart een reis die veel verder reikt dan het bereiken van een bestemming. Kilometerslang wandelen door afwisselende landschappen, historische dorpen en eeuwenoude pelgrimsroutes biedt ruimte voor bijzondere ontmoetingen, stilte, bezinning, geloofsverdieping, persoonlijke groei en fysieke uitdaging.

Gerard Bergshoeff, actief lid van de hervormde gemeente binnen onze Hoflaankerk, maakte deze indrukwekkende voetreis naar Rome. In een uitgebreid interview vertelde hij over zijn ervaringen, de ontmoetingen onderweg en de spirituele betekenis van deze bijzondere tocht.

Wat waren je beweegredenen om deze pelgrimstocht te ondernemen en was er een specifiek moment waarop dit idee ontstond?

“Zeven jaar geleden nam ik bewust afscheid van mijn hectische baan. Daarbij stelde ik mezelf de vraag: hoe wil ik de rest van mijn leven invullen? Ik voelde de behoefte om afstand te nemen van de dagelijkse drukte en ruimte te maken voor bezinning. Al langere tijd leefde de wens om een pelgrimstocht te lopen. De bekendste route is natuurlijk die naar Santiago de Compostela, en daarvoor koos ik destijds. Het was een prachtige ervaring, al merkte ik dat vooral het laatste deel van de route sterk werd gekleurd door het toerisme.

Na mijn terugkomst begon ik een eigen onderneming. Hoewel dat een goede keuze bleek, bleef het verlangen bestaan om ooit opnieuw een camino te lopen. Maar welke?

Toen ik een zakelijk project had afgerond, besloot ik geen nieuwe opdracht aan te nemen. In plaats daarvan verdiepte ik mij in verschillende pelgrimsroutes. Zo kwam ik uit bij de Via Francigena, de eeuwenoude route naar Rome. Oorspronkelijk begint deze in Canterbury, maar aangezien ik in Nederland woon, besloot ik vanuit Brabant te vertrekken.

Na zorgvuldig overleg met het thuisfront kreeg ik groen licht. Begin maart 2026 ging ik op weg, met de Belijdenissen van Augustinus letterlijk onder mijn arm.

Ik verlangde naar tijd om los te laten, na te denken over de eenheid van de kerk en mij open te stellen voor wat God onderweg op mijn pad zou brengen. Mijn dagen werden eenvoudig. De enige vaste vragen waren: waar vind ik eten, waar kan ik slapen en hoe ver zal ik vandaag lopen? Juist die eenvoud werkte bevrijdend.”

Hoe heb je je voorbereid, zowel fysiek als mentaal? Een tocht van ongeveer 2.000 kilometer is immers geen geringe opgave.

“Gelukkig had ik eerder al een camino gelopen, maar dat was in 2019. Inmiddels was ik zeven jaar ouder en misschien ook wat zwaarder geworden.

Ter voorbereiding heb ik veel gewandeld, steeds langere afstanden afgelegd en cardio-oefeningen gedaan. Hoogteverschillen oefenen was in Nederland natuurlijk lastig.

Daarnaast waren goede uitrusting en praktische voorbereiding essentieel: nieuwe sneldrogende kleding, want als je kunt wassen móet je wassen, goede wandelschoenen, voldoende sokken en – hoe eenvoudig het ook klinkt – een naaisetje.

Van groot belang was een rugzak die perfect op mijn lichaam was afgesteld en niet te zwaar werd. Vanwege mijn vrijwilligerswerk voor de Hoflaankerk wilde ik de mogelijkheid behouden om onderweg wat werkzaamheden te kunnen verrichten en daarom ging ook mijn laptop mee. Verder kreeg het boek van Augustinus een vaste plaats in mijn bagage.”

Een praktische vraag: hoe navigeerde je, regelde je eten en drinken en vond je onderdak?

“Dat vraagt inderdaad om een goede voorbereiding. Gelukkig is er veel informatie beschikbaar via websites en ervaringen van eerdere pelgrims. Ik maakte onder andere gebruik van ‘Vrienden op de Fiets’ voor overnachtingsadressen. In Frankrijk was navigeren soms wat lastiger, terwijl in Italië de bewegwijzering vaak uitstekend was. Meestal verbleef ik in pelgrimsherbergen. Het voordeel was dat ik twee jaar in Italië had gewoond en daardoor de taal spreek, zodat ik eenvoudig contact kon opnemen met accommodaties. Voor mijn dagelijkse voeding bezocht ik meestal ’s morgens een supermarkt en kocht veel fruit. ’s Avonds werd vaak een eenvoudige maaltijd geserveerd in de herberg, passend bij het sobere karakter van een pelgrimstocht. Regelmatig at ik samen met andere pelgrims. Die ontmoetingen waren waardevol; onder het genot van een maaltijd – en soms een goed glas wijn – deelden we onze verhalen en ervaringen.”

Wat was voor jou het uiteindelijke doel van deze reis?

“Allereerst is een camino geen wandeltocht. Het is een pelgrimage. Je stelt je open voor bezinning, ontmoetingen met anderen, maar voor mij bovenal ook voor de ontmoeting met God. Door de afstand tot het dagelijks leven ontstond er ruimte voor stilte en voor vragen die anders gemakkelijk ondergesneeuwd raken.

Daarom koos ik er in het begin bewust voor om veel alleen te lopen. Die stilte hielp mij om de reis ook innerlijk te maken. Ondanks alle verschillen tussen kerken en geloofstradities bleef één besef steeds terugkomen: uiteindelijk dienen wij dezelfde God.

Was er een moment waarop je wilde opgeven?

“Ja, dat moment is er zeker geweest.

Mijn zus liep enkele dagen met mij mee van Lucca naar Siena, dwars door het prachtige Toscane. Dat was misschien wel het mooiste deel van de hele tocht.

Toen zij weer naar huis ging, overviel mij echter een gevoel van eenzaamheid. De weg naar Rome leek opeens eindeloos lang. Ik vroeg me serieus af of ik niet beter kon stoppen.

Juist op dat moment ontmoette ik een Italiaanse pelgrim. Hij kwam letterlijk op mijn pad. Voor mij voelde dat niet als toeval. Dat soort ontmoetingen zijn moeilijk uit te leggen. Onder pelgrims wordt vaak gezegd: ‘The Camino provides.Die ontmoeting gaf nieuwe moed, verbondenheid en vriendschap.

Vanaf dat moment liepen we samen verder richting Rome. Niet gedurende de hele dag, maar iedere avond ontmoetten we elkaar weer in dezelfde herberg.”                                                                                                           

Wat heeft onderweg de meeste indruk op je gemaakt?

“Vrijwel elke dag bezocht ik een kerk. Dat gaf mij diepe voldoening. De verscheidenheid aan kerkgebouwen, liturgische tradities en geloofsuitingen maakte iedere ontmoeting opnieuw bijzonder.

Ook de sfeer in de herbergen heeft veel indruk op mij gemaakt. Veel van deze plekken vinden hun oorsprong in oude kloosters. De momenten van stilte die daar vanzelfsprekend waren, heb ik als bijzonder heilzaam ervaren.                                            

Opvallend vond ik ook de inzet van de vele vrijwilligers. Sommigen kwamen van grote afstand om pelgrims gastvrijheid te bieden. Hun dienstbaarheid maakte diepe indruk.

Een bijzondere ervaring had ik in de omgeving van Pavia. Door een onverwachte en onbedoelde omweg kwam ik terecht in een nonnenklooster waar ik overnachtte. Daar hoorde ik dat zich in de stad het graf van Augustinus bevindt.

De volgende dag bezocht ik meteen de Basiliek van San Pietro in Ciel d’Oro. Daar stond ik bij het graf van de kerkvader wiens Belijdenissen mij al die weken hadden vergezeld. Dat voelde als een bijzonder geschenk onderweg – een moment waarop de reis, het geloof en de geschiedenis op een wonderlijke manier samenkwamen.”

Natuurlijk gaat de reis van Gerard nog verder, want uiteindelijk is Rome het beoogde einddoel. Het tweede deel zal zeker binnenkort op deze website worden gepubliceerd.

Dorothea van Santen – Kloosterman