Dienst van bevestiging en ontheffing op 20 februari 2022

Wat was dat lang geleden: bijna de hele kerkenraad bijeen in de consistorie van de Hoflaankerk, voorafgaand aan een feestelijke dienst. Cees Steendam, als tweede ouderling, sprak een mooi dankgebed uit en in de kerkzaal verwelkomde Laurens van der Ziel, als eerste ouderling en voorzitter, ons allen in een dienst met meer mensen dan dat we in lange tijd in de kerk hadden gezien. Ook hij sprak grote dankbaarheid uit. Zoals gebruikelijk bij dit soort diensten waren beide predikanten actief in de dienst. Er werden drie ouderlingen bevestigd d.m.v. handoplegging en het geven van het ja woord. Ook beloofden zij geheimhouding voor de rest van hun leven t.a.v. zaken die hen door gemeenteleden worden toevertrouwd. Hun namen zijn: Christine van Roekel, Bart Reinders en Erik-Jan Teunissen. Er werd afscheid genomen van Marjan de Visser als contactpersoon en van Joke van Heijst als ouderling. Terwijl de bijna voltallige kerkenraad op het liturgisch centrum stond, werden zij met mooie woorden bedankt voor hun grote inzet. Alle vijf kregen ze een mooie bos bloemen. Het was heel fijn dat er weer koffie gedronken kon worden in de kerk.

Jeannette Schravesande

Psalmen zingen

Het is een goede gewoonte in de Protestantse Kerk om in (bijna) iedere dienst een Psalm te zingen om onze verbondenheid uit te drukken met het Jodendom. De Psalmen zijn de liederen/gebeden van het oude Israël die wij al zingend mee bidden. Soms is dat aan het begin van de dienst, als intochtspsalm, een andere keer na de lezing uit het Oude Testament, als antwoordpsalm. Meestal klinkt dan de melodie van het Geneefse Psalter uit de 16e eeuw, die velen zeer vertrouwd is. In ons huidige liedboek staan echter ook andere psalmbewerkingen. 

De tekst van de Psalmen op de Geneefse melodie is uit de jaren zestig. Inmiddels is ons hedendaagse taalgebruik behoorlijk veranderd, en daarom heeft een groep dichters het initiatief genomen om de 150 Psalmen opnieuw te ‘berijmen’. In de veertigdagentijd zullen we iedere dienst een Psalm zingen in deze eigentijdse berijming. Op de bekende melodie, maar in taal die herkenbaarder is. We zijn benieuwd hoe dat ervaren wordt. Dus: zing mee, laat de tekst door je heen gaan, vergelijk die eventueel met de tekst zoals die in het liedboek staat. En laat het ons weten! 

De taakgroep Eredienst 

Vluchtelingenkind | deel 2

“Alles komt goed?!”

‘Alles komt goed?!’ Onder dat motto gaat de Protestantse Kerk dit jaar de 40dagentijd in. Een nogal weerbarstig motto eigenlijk. Goed dat er tenminste ook nog een vraagteken in het motto staat. Niet alleen dat triomfantelijke uitroepteken. Want er zijn zo veel dingen waarvan ik nog maar moet zien of ze goedkomen.

“Ik heb zó gehuild”, zei Milka, de ongedocumenteerde moeder van Mehret. Ze voert – zo begrijp ik van haar – gesprekken met de Dienst Terugkeer en Vertrek van de IND over vertrek uit Nederland. “De IND zegt dat ik moet weggaan. De advocaat zegt van niet. De school van Mehret vindt ook van niet.”

Ik vraag me af waar ze van de IND dan naar toe moeten. Eritrea of Libië? In beide landen is – ook volgens de rapporten van de Nederlandse overheid – de mensenrechtensituatie slecht. Ik weet niet zeker waarom Mehret niet in aanmerking komt voor het kinderpardon. Maar ik kan daar slecht met Milka over praten als Mehret gezellig bij ons zit.
Het kinderpardon was er voor ‘gewortelde kinderen’. En Mehret is zeker geworteld en is ook al veel langer dan de gevraagde vijf jaar in Nederland, haar hele achtjarige leventje al. Maar volgens de organisatie Defence for Children is de aanvraag afgewezen van vrijwel ieder kind dat een beroep deed op het kinderpardon. Meestal op grond van het nogal vage ‘meewerkcriterium’: zijn de ouders de IND wel voldoende ter wille geweest? Veel asieladvocaten beginnen er dan ook maar niet meer aan, dat kinderpardon. Maar dan nog: Milka is een Tigrinya sprekende Eritrese die ook nog een tijdje in Libië heeft gezeten. Ook volgens de Nederlandse overheid geen landen waar je erg veilig naartoe kunt als terugkerende vluchteling, als alleenstaande vrouw met kind. Waarom dan geen verblijfsvergunning? Ik weet het niet.

Alles komt goed. Ik durf dat niet te geloven, hoe graag ik ook zou willen. Ik weet niet of Mehret nu al een beschadigd kind is, of dat het hele gedoe nog langs haar heen gaat. Haar moeder schermt haar af. Maar ze is niet dom. Altijd als ik haar zie, lijkt ze opgewekt en ondernemend. Een gedwongen vertrek, een sprong in het duister, het moet zeker een geweldige weerslag op haar hebben. Of het nou gaat om een enkeltje naar Libië of naar Eritrea. Een meisje als zij, met zo’n aan haar toegewijde moeder, heeft in Rotterdam goede kansen om zich te ontplooien, een toekomst op te bouwen, deel te nemen aan de samenleving. Ze kan van betekenis zijn. Als Nederland haar die kansen tenminste wil geven. Maar wat wacht haar in Libië of Eritrea?

Stel dat het onmogelijk is om Milka en Mehret uit te zetten, omdat de IND de benodigde papieren niet bij elkaar kan krijgen. Moeten zij dan voor altijd ongedocumenteerden blijven, vrijwel volledig rechteloze mensen? “Mensenrechten bestaan niet”, hoorde ik eens iemand beweren. “Er bestaan alleen burgerrechten.” Ofwel: als je geen erkende burger bent van de een of andere overheid, dan heb je ook geen mensenrechten meer. Je bent een balling, een outcast. Geen overheid die zich jouw ongeluk aantrekt. Dat is de andere grote zorg voor Mehret, tussen wal en schip te vallen. Niemand te mogen zijn.

Alles komt goed? Ik zet een vraagteken. Ik bid voor Mehret en Milka dat God hen ziet, dat er altijd voldoende mensen om hen heen zullen zijn die hen zien, dat er toekomst voor hen zal zijn. Maar het uitroepteken – alles komt goed! – ik durf het niet te zetten.

Leonard de Vos

Wilt u Mehret helpen?

Wilt u helpen? Geef nu – en steeds na weer drie maanden – wat geld op bankrekeningnummer
NL 33 RABO 0373 7130 10 van de diaconie van Protestants Kralingen. Onder vermelding van: Mehret. U kunt ook geven via de Appostel app van onze gemeente.

Vluchtelingenkind

De foto hierboven is gemaakt bij de Kids Run van de marathon van Rotterdam. Het zou zo maar kunnen dat ergens tussen al die kinderen ook Mehret staat. Mehret heeft de Kids Run gelopen. Ze vertelde mij dat ze heel hard had gelopen, dat ze toen best wel moe was, en dat ze een medaille had gekregen. Ze had ook nog een keer een cross gelopen en toen was ze écht heel moe. Ze had al 2 bekers en 3 medailles. Mehret zit bij een atletiekclub, ze vindt hardlopen leuk.

Mehret is een meisje van 7 jaar oud. Ik noem haar Mehret, maar ze heet eigenlijk anders; privacy. Ze woont met haar moeder – haar zal ik Milka noemen – in Rotterdam-West, in een huis van de Pauluskerk, want de moeder van Mehret is een vluchteling. Ze is uit Eritrea naar Nederland gevlucht, maar heeft van de IND ‘negatief’ gekregen, dus geen asielstatus, ‘illegaal’, ongedocumenteerd. De IND vindt dat ze weg moet. Weggaan is geen optie, want er is niets om naartoe te gaan. Uit Nederland vertrekken, vrijwillig of gedwongen, is onmogelijk. Als de Pauluskerk ze niet zou helpen leefden ze op straat, of trokken ze van kennis naar kennis om daar op de bank te slapen.

Ik leerde Mehret en Milka kennen via andere vluchtelingen. Milka zocht hulp. Ze krijgt van de Pauluskerk € 200 per maand aan leefgeld. Dat is ongeveer net zo veel als mensen in de schuldsanering bij de kredietbank krijgen. Je gaat niet dood van de honger, maar je hebt wel een groot probleem. Hun probleem is extra groot omdat Mehret een flinke glutenallergie heeft. Ze moet dus glutenvrij eten, als ze dat niet doet belandt ze in het ziekenhuis. Dat is al wel eens gebeurd. Glutenvrij eten is duur.

Mehret is in Rotterdam geboren. Zij is een Rotterdams meisje, maar dan zonder papieren. “Mehret begint te zien dat haar situatie anders is dan die van andere kinderen”, zegt haar moeder. “Een heleboel dingen kunnen niet. De Pauluskerk is de enige die ons helpt. En de advocaat helpt ook, maar het beroep op het kinderpardon is afgewezen.” Milka doet haar best om Mehret zo normaal mogelijk te laten opgroeien. Tot hun achttiende mogen ongedocumenteerde kinderen wel naar school. En ze krijgen ook geneeskundige zorg. De Pauluskerk heeft – via een fonds dat kinderen in achterstandssituaties helpt – geld kunnen regelen voor de atletiekclub waar Mehret nu lid van is. Maar ja, atletiekschoenen kopen is dan natuurlijk nog steeds een probleem.

Ik praat met Milka in de centrale bibliotheek van Rotterdam. We zijn naar de kinderafdeling gegaan, waar Mehret door de gangpaden vliegt op zoek naar de kast waar ze eerder een heel leuk boek had gezien. “Ze heeft heel veel energie”, zeg ik. Milka rolt met haar ogen. Mehret heeft het boek gevonden en ze moet van haar moeder een stuk aan mij voorlezen. “Ik kan haar niet helpen”, zegt ze. “De school zegt dat ze veel moet lezen.” Mehret vindt het leuk om mij uit het boek voor te lezen. “Ze leest heel goed”, zeg ik. En dat is niet gelogen, ik ben een beetje verbaasd. “Ken je alle woorden die je voorleest?” vraag ik. “Niet alle woorden”, zegt ze. Toch spreekt ze goed Nederlands. Af en toe, als ik Milka niet goed begrijp, moet Mehret iets voor haar vertalen. Dat doet ze een beetje wijsneuzerig: “Nee mamma, dat zeg je anders.” Als Mehret vindt dat ik het niet hoef te horen wat ze tegen haar moeder zegt, gaat ze over op Tigrinya.

Mehret ziet dat de computer op de afdeling is vrijgekomen en vliegt erheen. Het lijkt me een slim en levendig meisje. Ik zou willen dat ze uitzicht had op een goede toekomst. “Ik kan niet zo heel veel voor jullie doen”, zeg ik tegen Milka. “Maar ik wil wel een beetje helpen.” Milka hoopte dat ik misschien werk voor haar had. Ze wilde wel ergens schoonmaken, maar dan betaald. Ze maakte ook al ergens een kerk schoon, maar daar kreeg ze geen geld voor. Maar werk heb ik niet. “Weet je wat kinderbijslag is?” vraag ik. “Mensen die wel een status hebben, en die kinderen hebben, krijgen van de overheid wat extra geld om goed voor hun kinderen te kunnen zorgen. Jij krijgt dat niet, want jij hebt geen verblijfsstatus. Ik zal zorgen dat jij kinderbijslag krijgt. Niet de echte kinderbijslag, maar wel het echte geld.”

Het was alweer heel even geleden, dat ik dat aan Milka beloofde. Aan die belofte kan ik me wel houden, heb ik me ook gehouden, maar ik vind het eigenlijk wel zo goed als ik niet in mijn eentje voor die kinderbijslag ga betalen. Niet zozeer vanwege het geld, maar omdat ik vind dat die Rotterdamse kinderen ons Rotterdammers allemaal aangaan. En dat zijn natuurlijk niet alleen Mehret en Milka. Er zijn in Rotterdam veel meer vrouwen en kinderen in vergelijkbare situaties. Daarom ben ik gaan praten bij de Pauluskerk. “Vinden jullie het vervelend als ik Mehret en Milka financieel help?” heb ik daar gevraagd, want die twee komen dan misschien in een bevoorrechte situatie in vergelijking met anderen die ook in moeilijke omstandigheden leven.
“Ik wil het zó doen”, zei ik tegen de Pauluskerk. “Ik ga in mijn kerk proberen sponsors te vinden die willen meebetalen aan het kinderbijslagbedrag voor Mehret. Dat is ongeveer € 270 per kwartaal. Eens per kwartaal schrijf ik een verhaal in het kerkblad, over Mehret. En dan vraag ik de mensen om voor dat kwartaal wat geld te geven. Ik geef zelf natuurlijk ook. Als er méér geld komt dan € 270 in een kwartaal, dan gaat dat naar de Pauluskerk.”
“Geen bezwaar”, zei de Pauluskerk.

Het is dus heel simpel. Eens per kwartaal schrijf ik over Mehret. En dan vraag ik jullie om wat geld over te maken (niet te veel, niet te weinig) naar de bankrekening van de Protestantse dia­conie, onder vermelding van ‘Mehret’. Als er genoeg geld komt, gaat er iedere maand via de diaconie € 90 naar Milka, voor Mehret. Alles wat er méér binnenkomt dan € 270 per kwartaal gaat naar de Pauluskerk. Deal?

Leonard de Vos

 

Wilt u helpen om Mehret te helpen?

Het bankrekeningnummer van de diaconie is NL33 RABO 0373 7130 10: Diaconie Protestantse Gemeente iw Kralingen. Als u geld overmaakt, vermeld dan: ‘Mehret’.
Eind van dit jaar kunt u in de e-mail nieuwsbrief iets over het resultaat van deze actie lezen. In maart komt er weer een stuk in Caleidoscoop.

Kom niet naar de kerkdiensten!

Het is heel raar en het is verdrietig. Het moderamen van onze gemeente heeft zaterdagavond 18 december spoedoverleg gehad. In dat spoedoverleg is besloten om u te vragen de komende weken de kerkdienst online te volgen en om niet naar kerk te komen.

De vierde advent, zondag 19 december, hebben de stewards nog niet gehandhaafd bij de deur. Het moderamen kon zich goed voorstellen dat deze boodschap mensen te laat bereikt had en dat sommige mensen aan de kerkdeur pas zouden horen dat de viering in principe alleen maar online was. Het moderamen kon zich ook voorstellen dat dit bericht zo laat bij de gemeenteleden is gekomen dat het nog enigszins moest indalen, en dat u boos of verdrietig of vertwijfeld, tóch naar de kerk zou komen. In die zin was deze vierde advent een beetje een overgangszondag. Maar hij was zeker het begin van een nieuwe lockdown.

Hoe het ook zij, het moderamen vindt dat het in de huidige penibele situatie goed is om zo gehoor te geven aan de oproep van de overheid. En het moderamen verzoekt u om de komende weken de diensten online te volgen en om niet naar kerk te komen.

De ambtsdragers zijn wél nodig in de kerk voor de online viering: een dominee, een ouderling, een diaken, de lector. Het zanggroepje wordt zeker ook in de kerk verwacht, en de organist natuurlijk. Daarnaast de koster en de mensen van de online uitzending. Een  steward om ons te bepalen bij de covid-maatregelen.

Hoeveel tijd dit allemaal gaat duren is nog ongewis. Het is wel duidelijk dat de kerstvieringen online zullen zijn, evenals de vesperdienst met oudjaar.

Iedereen hoopt vurig dat de nieuwe coronavariant mild zal zijn, al is nu al wel heel duidelijk dat hij razend besmettelijk is. We leggen onze boosheid, angst en verdriet bij God. We bidden om Zijn nabijheid en om volharding om samen door deze situatie heen te komen.

We houden u op de hoogte van het vervolg van deze maatregelen.

(namens het moderamen)

Gemeenteavonden over de fusie

Zowel op 26 oktober als op 1 november waren er veel mensen naar Pro Rege en naar de Hoflaankerk gekomen. In Pro Rege waren het alleen de gereformeerden die door Cees Steendam, gereformeerd ouderling-kerkrentmeester, geïnformeerd werden over de financiële positie van Gereformeerd Kralingen en vooral ook over de plannen voor Pro Rege. Daar waren 32 aanwezigen aan wie werd uitgelegd dat het langdurig verhuren van Pro Rege op dit moment de meest waarschijnlijke mogelijkheid is om, ook na de fusie, financieel het hoofd boven water te houden. Er zijn al veel gesprekken geweest om deze verhuur goed te regelen. De beoogde huurder zou een sociaal doel voor ogen hebben. Aangezien dat betekent dat Pro Rege dan niet meer als kerk gebruikt kan worden, waren er ook veel emoties en vragen op deze bijeenkomst. Veel mensen ervaren pijn bij dit naderende onontkoombare afscheid. Enkelen maken zo’n afscheid niet voor de eerste keer mee. Cees Steendam en ds Marianne Bogaard (voorzitter van de gereformeerde kerkenraad) willen graag dat men precies aangeeft waar de pijnpunten liggen en dat vragen bij hen en andere kerkenraadsleden terecht komen. Dat geldt ook voor de avond van de Hoflaankerk.
Aan het eind van deze gereformeerde avond gaf het merendeel van de aanwezigen het vertrouwen aan de kerkrentmeesters om verder te gaan met de voorbereidingen voor de fusie.

In de Hoflaankerk, waar ongeveer 40 gemeenteleden van Protestants Kralingen aanwezig waren, waarvan bijna de helft de gereformeerde avond ook al had meegemaakt, ging het vooral over de juridische fusie. Ook hier legde Cees Steendam uit dat de fusie plaatsvindt tussen de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk van Rotterdam-Kralingen. De fusiegemeente omvat dan twee wijkgemeentes Protestants Kralingen en Hervormd Kralingen West. Beide wijkgemeentes behouden na de fusie hun eigen identiteit, eigen kerkdiensten, etc. De fusie betekent financieel dat alle bezittingen, opbrengsten en kosten van de fusiepartners bij de fusiegemeente terecht komen. De aanpassingen aan Pro Rege voor de verhuur worden gefinancierd door de fusiegemeente.
Er is grote behoefte aan aanpassingen van de Hoflaankerk: betere akoestiek, duurzamer verwarmingssysteem, intiemere ruimte, etc. Wat mogelijk is hangt o.a. af van de huuropbrengst van Pro Rege, maar de aanwezigen gaven aan dat de verbetering van de akoestiek prioriteit heeft.

Beide avonden werden geopend door het lezen van psalm 93 in de woorden van Huub Oosterhuis en afgesloten met gebed. De eerste avond deed Marianne Bogaard dat en de tweede avond Ilse Hogeweg. De sfeer op beide avonden was prettig, hoewel er veel kritische vragen waren.

Jeannette Schravesande,
scriba van de kerkenraad