Zegenrijk

Wat wens je elkaar toe, net over de drempel van 2022? Een voorspoedig nieuwjaar klinkt minder vanzelfsprekend dan voorheen. De pandemie hangt voorlopig nog als een schaduw over ons heen, om rekening mee te houden. Met alle gevolgen die dat heeft. Voor onze bewegingsvrijheid, voor ons welzijn, voor vele sectoren in onze maatschappij. Voorspoed lijkt in dat opzicht bijna onrealistisch. Wat bedoelen we eigenlijk, als we dat elkaar toewensen?

‘Gunstige gang van zaken, succes’, zegt het woordenboek in mijn boekenkast. Maar als ik verder kijk op internet, kom ik ook het synoniem ‘zegenrijk’ tegen. Dat trekt mijn aandacht, want zegen heeft voor mij een andere gevoelswaarde. Toch zijn er teksten in het Oude Testament, waaruit blijkt dat zegen met voorspoed te maken heeft. Wanneer iemand ‘gezegend’ is, is er voorspoed, vitaliteit. “De Eeuwige zal u ruim bedelen met kinderen en ook uw vee en uw akkers overvloedig zegenen”, hoort het volk wanneer Mozes de zegeningen verwoordt, die samengaan met gehoorzaamheid aan God.

Zegen is in de Bijbel een heilzame kracht. Een kracht ten goede. “Eulogia”, in het Grieks, “benedictio” in het Latijn. Iets goeds dat de ander wordt toegezegd, een gunst die wordt verleend. En soms heeft dat dus bijna een magische betekenis, alsof alleen het uitspreken ervan al effect heeft. Die zegen is in de verhalen van Israël deel van het dagelijks leven. Vaders geven hem aan hun zonen. Zo zegent Izaäk Jakob met het eerstgeboorterecht. En Koningen als David en Salomo zegenen hun volk, bijvoorbeeld bij de inwijding van de tempel.

Ook priesters spreken de zegen uit. Dat laatste wordt steeds meer praktijk, en zo wordt de zegen deel van de eredienst. Een klassieke tekst is in dat opzicht Numeri 6, de verzen 22-27: De Eeuwige zei tegen Mozes: Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen: “Moge de Eeuwige u zegenen en u beschermen, moge de Eeuwige het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Eeuwige u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.” Wanneer zij mijn naam over het volk uitspreken, zal Ik de Israëlieten zegenen.’ De priesterfamilie van Aäron wordt hier aangewezen om de zegen te geven. Maar ook de priesters blijven uiteindelijk de ontvangende partij. Zij zegenen altijd namens God, Hij is de bron van alle zegen.

Daarmee wordt het zegenen in een lange traditie geplaatst die Bijbels gezien al begint bij de Schepping. “Hij zegende hen” staat er tweemaal in Genesis 1. God geeft als schepper de dieren en de mensen zijn zegen mee. Deze zegen geeft ruimte om te leven, levensadem. En het is die zegen die de voorgangers van de gemeenschap doorgeven en meegeven op de grens van het heiligdom en de wereld daaromheen. God ­zegent ons om voluit te kunnen leven, zoals Hij dat bedoeld heeft. En om in dat opzicht ook elkaar tot zegen te zijn.

Dan kan zegen, vanuit een bepaalde invalshoek, het aspect van voorspoed in zich dragen. Maar het één synoniem maken voor het ander is te beperkend. ‘Zegenrijk’ is veelomvattender dan ‘voorspoedig’. Want het goede dat God ons toezegt, heeft ermee te maken dat wij leven in een wereld waarin Zijn levensgeest waait. En met de belofte dat, hoe kwetsbaar en beschadigd zijn schepping ook is, Hij die niet zal loslaten en eens zal voltooien. Zegen betekent niet dat we alles krijgen wat we wensen. Zegen is veel meer dat zijn vrede in ons midden is gekomen, zoals wij dat vierden met Kerst.

Mag je elkáár dat toespreken? Natuurlijk! Wij wensen elkaar zegen toe in het besef dat het uiteindelijk de Eeuwige is, die aan de oorsprong staat van ons bestaan. Die vreugde geeft. Die een nieuw begin schept, waar wij alleen onmogelijkheden zien. Die met Zijn Licht schijnt in iedere duisternis, ook die van de langste nacht. Dus ik zou zeggen: een zegenrijk 2022. Of om aan te sluiten bij een oude traditionele nieuwjaarswens:

HEIL EN ZEGEN!

ds Marianne Bogaard

 

Welkom op de mottendeken

Vele eeuwen hebben kunstenaars hun beste talen­ten gegeven om de mooiste en ontroerendste geboortetaferelen in de kerstnacht weer te geven. Altijd was hun streven, om de liefde en het heil van God, zichtbaar in het kind Jezus over te brengen bij ons, de kijkers. Om ons uit te nodigen om naar binnen te stappen in de kerststal, om mede getuige te worden, om zo vanzelf deel te nemen aan Gods geschiedenis in onze wereld. Hier worden wij op de drempel van de kerststal gezet door Martin Schongauer (Colmar, Elzas, ca. 1447 – 1491), bijgenaamd ‘Mooie Martin’, niet om zijn uiterlijk, maar om zijn uitzonderlijke talenten. Zijn schilderijen en gravures hebben door heel Europa tot voorbeeld en inspiratie gediend voor medekunstenaars. Mooie Martin richt alle ogen en alle aandacht naar het kind Jezus, dat op een witte doek op een rode deken ligt. Naar oude traditie werden koningskinderen en keizerskinderen ter wereld gebracht op een purperen of rode deken, als vooruitwijzend teken van hun komende macht. Alleen is de deken waar het kind Jezus op ligt, overduidelijk kapot en met gaten, aangevreten door motten. Dit is een koningskind, maar wél geboren in armoede. De reiszakken van Jozef en Maria zijn versleten en ook met gaten, hun onderkomen is meer gat dan dak. Wél trekt Maria’s blauwe kleed naar Jezus toe, als teken van haar moederband. En gelukkig blaast de os het naakte kind warm met zijn adem. Alle ogen, alle aandacht is gericht naar dit kind op de grond, dit kind op de mottendeken.

De rode deken met de gaten is met alle aandacht en eerbied geschilderd – je kunt het weefsel en de plooien bijna voelen. Het doet mij denken aan de zo geliefde schilderijen van de Nederlandse schilder Jopie Huisman, van oude, geleefde en vaak ook kapotte voorwerpen en kleding. Het museum met zijn werk werd door Freek de Jonge het ‘Museum van Mededogen’ genoemd. Zo leerde Jopie Huisman mensen met nieuwe ogen kijken naar voorwerpen en kleding, die anders achteloos zouden worden weggegooid.

Op deze rode mottendeken ligt de koning van Mededogen. Nergens anders wil hij ter wereld komen, dan op deze armoedige deken met gaten. Hij wordt geboren in en op de armoede en de gaten van onze wereld. Hij wordt geboren in en op de armoede en de gaten van ons ­leven. Nog voordat er iets is gezegd, gedaan of gebeurd, is het duidelijk: hier is het Mededogen van de Eeuwige naar de wereld toegekomen. Wij hoeven niet perfect te zijn, om het kind te ontvangen, wij hoeven geen schone schijn op te houden. Met zijn komst zegt de koning van Mededogen: succes is géén keuze, en mislukking ook niet. Kom, kom met aandacht en eerbied. Kijk naar dit kind, naar het mededogen van Godswege, dat definitief in de wereld gekomen is, om ons te redden. Kijk, en léér mededogen, kijk voortaan altijd anders naar de armoede en de gaten van deze wereld. Kijk anders naar de armoede en de gaten van je ­eigen leven. Ontvang dit kind, ontvang het mede­dogen van Godswege, laat het in ons wakker worden. Kom dichterbij, stap over de drempel en ga mee. Deze wereld én wijzelf hebben dit mededogen elke dag nodig.

ds Ilse Hogeweg

 

Illustratie: Martin Schongauer, Die Geburt Christi, 1480

Ten paradijze geleiden u de engelen

Ik heb het altijd een ontroerende én intrigerende zin gevonden, de openingszin van het ‘In paradisum’. Dit is wat je iedereen toewenst wiens leven op aarde ophoudt. Het drukt het verlangen uit dat overleden geliefden verder gedragen worden waar wij hen moeten loslaten.

In de Katholieke traditie wordt het ‘In paradisum’ tijdens de requiemmis gezongen bij het uitdragen van de kist. Meerdere componisten hebben het op muziek gezet als onderdeel van het Requiem, waaronder Gabriël Fauré. Tegenwoordig staat het als lied 959 ook in ons Protestantse liedboek, zowel in de Latijnse als in de Nederlandse versie. ‘Klassieke antifoon uit de uitvaartliturgie’ staat erbij.

Naast ontroering kan de tekst echter tegelijkertijd iets anders oproepen. Vervreemding. Want wat worden hier grote woorden gebruikt. Prachtige taal is het. Maar kunnen wij deze taal nog voor onze rekening nemen? Het ‘In paradisum’ is zo concreet dat je er ook voor terug kunt deinzen. Zien we het eigenlijk wel voor ons anno 2021, het paradijs, de engelen, de hemelse stad Jeruzalem? Zijn we niet terughoudender geworden in onze verwoording van de eeuwigheid die ons wacht?

Ten paradijze geleiden u de engelen,

dat bij uw aankomst

u de martelaren mogen begroeten,

zij geleiden u

tot in de hemelse stad Jeruzalem.

Moge ’t koor der engelen

u met vreugde ontvangen.

En als Lazarus, de arme van weleer,

zult gij voor eeuwig

in het land van vrede zijn.

Het helpt mij om te ontdekken waar al deze beelden vandaan komen. Verschillende Bijbelse motieven worden hier met elkaar verweven. Psalm 91 spreekt mee, waarin de Eeuwige zijn hofhouding opdraagt te zorgen voor wie op God vertrouwt: Zijn engelen geeft Hij opdracht over je te waken waar je ook gaat. Op hun handen zullen zij je dragen. Maar ook degenen waarover in Openbaring 7 wordt gezegd dat zij uit de grote verdrukking komen en rondom de troon staan, zijn herkenbaar. Dat zijn de martelaren over wie wordt gezongen dat zij je begroeten en brengen naar het hemelse Jeruzalem. Dat roept Openbaring 21 op: Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn’.

Al die beelden stammen uit een bepaalde context. Uit een psalm die een wereld schetst waarin plagen rondwaren en de pest heerst, maar men zich toevertrouwt aan Gods bescherming. En uit het Bijbelboek Openbaring, waarin men de hoop probeerde vast te houden in dreigende omstandigheden. Juist de concrete taal bemoedigde de gelovigen in een moeilijke tijd. Daar komt nog een laatste beeld bij: dat van de arme Lazarus uit een gelijkenis van Jezus. Daarin wordt de bedelende Lazarus die geen leven heeft na zijn dood weggedragen door de engelen, terwijl de rijke man die hem links liet liggen gekweld wordt. Door die context mee te nemen hoor ik het ‘In paradisum’ anders. Het gaat hier niet zomaar om beelden die het hiernamaals concretiseren. Het gaat hier om Bijbelse beeldvorming die het geloof uitdrukt dat er eens recht zal worden gedaan. Dat wie in het nauw gedreven is omarmd wordt, dat wie verdrukt is vrede zal vinden, dat wie niet gezien is Gods aandacht heeft en zal rusten in eeuwigheid.

Het paradijs dat door deze teksten inhoud krijgt, dat is niet de Hof van Eden die zich ergens laat lokaliseren. Dat is het Rijk waarin Gods gerechtigheid voorgoed regeert. Het Rijk waarin alles tot zijn ware bestemming komt en het kwaad geen zeggenschap meer heeft. Al zijn de beelden ons soms misschien wat te concreet, je zou iedere geliefde toch willen toezingen dat zij, dat hij daarnaartoe gedragen wordt en deel wordt van Gods eeuwige vrede.

ds Marianne Bogaard

 

 

Illustratie: Een engel draagt een mens (deel van een groter schilderij van Marc Chagall).

Wat heb jij over voor de toekomst?

Patriarch Bartholomeus (van de oosters orthodoxe kerken), paus Franciscus en aartsbisschop Welby (van de Anglicaanse kerk) deden een gezamenlijke oproep om het klimaat en de toekomst van deze wereld te redden. In Glasgow wordt van 1 tot 12 november de klimaattop gehouden. Niet eerder werkten deze kerkleiders samen, niet eerder werd zo’n dringende oproep richting de regeringsleiders en alle aardbewoners gedaan. ‘Er is geen moment te verliezen. We moeten beslissen welke wereld wij willen overdragen aan de volgende generatie. Deuteronomium 30:19. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen. Wij moeten kiezen om anders te leven; wij moeten het leven kiezen.’ We hebben dit jaar zo vele natuurrampen gezien. De dag van morgen kan nog veel erger worden, als wij onze keuzes niet veranderen. De drie kerkleiders vragen iedereen om zich in te zetten, ieder naar eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden. ‘De zorg voor Gods schepping is een spirituele opdracht, die vraagt om het antwoord van onze inzet. Dit is een kritiek moment. De toekomst van onze kinderen en de toekomst van ons gezamenlijk huis hangt er van af.’

Ter voorbereiding op de klimaattop in Glasgow wordt een pelgrimstocht gehouden. Deze is in augustus begonnen in Polen, een groep van 30 pelgrims maakt de hele tocht. Van 30 september tot 11 oktober komt de klimaatpelgrimstocht door Nederland. Op 10 oktober is er de mogelijkheid om mee te lopen in de Klimaatmars (van Amsterdam Zuidoost naar Hoofddorp – zie de website van de Groene Kerken). Dat wij leven in een kritieke tijd als het gaat om beslissingen over het klimaat, is ieder duidelijk die het nieuws volgt. Dat daarvoor onze inzet gevraagd wordt, is ook duidelijk. Het vervult mij elk jaar met respect en nederigheid, als het aantal milieuactivisten wordt genoemd dat is vermoord vanwege hun inzet voor een betere omgang met de aarde.

Jorge Enrique Oramas zag hoe illegale goudmijnbouw het Farallones-gebergte in Colombia vernielde. Het Farallones-gebergte is een gebied met regenwoud, zeldzame apen en vogels. Oramas coördineerde de oppositie tegen mijnbouw. Hij was zijn leven lang een leider op het platteland, deed wat hij kon om vrede onder de gemeenschappen te bevorderen en mensen aan hun recht te laten komen. Hij gaf voorlichting hoe families biologisch gewassen konden verbouwen, liet hen proeven en zien wat er kon. Op zaterdagavond 16 mei 2020 werd hij in zijn huis doodgeschoten, 70 jaar oud. Jorge Enrique Oramas is één van de 227 vermoorde milieuactivisten (van wie het lot bekend is).

Als er zo vele mensen zijn, met zo grote inzet voor deze aarde, die bereid zijn om zo veel gevaar te lopen, wat zouden wij dan aarzelen om onze levensstijl te veranderen? Het is tijd, het is nodig, om nú anders te gaan leven. Voor alle kinderen. Voor onze zuster, moeder aarde – om met die andere Franciscus te spreken in zijn Zonnelied. Voor zuster water en broeder wind. Prijs en zegen mijn Heer, en dank en dien Hem in grote nederigheid.

ds Ilse Hogeweg

 

 

Wake voor Jorge Enrique Oramas
Hierboven: Wake voor de vermoorde Jorge Enrique Oramas

Hieronder: De kerkleiders bijeen

De grammatica van de hoop

Het is niet met elkaar te rijmen. Een priester die vermoord wordt door de man aan wie hij onderdak biedt. Het gebeurde onlangs in Frankrijk. De dader was een Rwandese asielzoeker die een tijd in de gevangenis had gezeten omdat hij brand had gesticht in de kathedraal van Nantes. Na zijn vrijlating onder voorwaarden had de priester, Olivier Maire, hem opgenomen in zijn religieuze gemeenschap. Deze gastvrijheid werd zijn dood.

Is de christelijke naastenliefde van deze geestelijke niet naïef geweest? Al het geloof van de wereld is  niet opgewassen tegen het kwaad dat mensen kan gaan beheersen. Meerderen hebben daarvoor de prijs van hun leven betaald. Aan het eind van zijn boek ‘Alle dingen nieuw. Een theologische visie voor de 21e eeuw‘ noemt Erik Borgman verschillende voorbeelden, waaronder de Algerijnse dominicaan Pierre Claverie, die samen met zijn chauffeur wordt vermoord in 1981. Hij bleef in Algerije toen de situatie daar zeer gevaarlijk werd. Toen hem de vraag werd voorgelegd waarom, antwoordde hij: “Waar zou de kerk als het lichaam van Christus anders zijn dan bij degenen die lijden? Ik geloof dat de kerk sterft door niet dicht genoeg bij het kruis van Jezus te zijn.” Ook noemt Borgman de prior van de trappisten van Tibhirine, Christian de Chergé, die in 1996 samen met zes medebroeders besluit om niet te vertrekken uit solidariteit met de plaatselijke bevolking. Zij worden eveneens slachtoffer van extremisme in Algerije. De confrontatie tussen hun religieuze inzet en het gruwelijke einde is meer dan schokkend, omdat die iets zegt over onze menselijke samenleving. Daarin lijkt God vaak geheel afwezig. In het geweld, in het lijden, in onverschilligheid regeert een logica waarin zijn koninkrijk een onmogelijkheid lijkt. Daarvoor kiezen is eigenlijk wereldvreemd.

Toch is dat, betoogt Borgman in ‘Alle dingen nieuw’, juist wat de wereld tot haar ware bestemming brengt. Niet alleen bij mensen die uitzonderlijke en moedige keuzes maken, maar in ieders leven. In dit weerbarstige ‘schijnbaar Godvergeten’ bestaan stelt hij de vraag hoe God nabij is en probeert een theologie te ontwerpen die de werkelijkheid van de 21e eeuw ten volle onder ogen ziet. Dat doet deze katholieke theoloog door met veel denkers en dichters in gesprek te gaan. Het uitgangspunt daarbij is dat de goddelijke presentie zich nergens zomaar laat aanwijzen. Onze eigen inzichten stuiten op grenzen, de vragen van het leven zijn niet te begrijpen door bepaalde regels en principes als antwoord te formuleren. Dat is ook niet wat de theologie zou moeten doen. Het gaat om een geloofshouding die niet wegkijkt van de plaatsen waar het kruis staat. In het roepen om zijn aanwezigheid, juist vanuit onze geschoktheid, is God bezig aanwezig te komen. Hij is het zelf die dat verlangen in ons wekt. Wie bidt ‘door mee te gebaren en te schreeuwen met de pijn van de wereld’, wordt daardoor opgenomen in Gods komst naar de wereld. Dat staat haaks op de realiteit waarin we graag alles willen in de hand willen hebben. Het paradoxale van het geloof is dat het gaat over wat niet gezegd kan worden en wat als onmogelijk wordt gezien.

Dat klinkt abstract, het is ook geen gemakkelijk boek. Maar tegelijk brengt Borgman het heel dichtbij. Want wij kunnen Gods stem alleen horen zoals God spreekt in het leven van mensen. God zelf is ongekend, maar ons leven is een ruimte waarin Gods spreken meeklinkt, doorklinkt en opklinkt. Het gaat erom dat we in ons eigen bestaan voortdurend open proberen te staan voor zijn aanwezigheid. Door in de handelingen van alledag, hoe onbelangrijk die ook lijken, God te verwachten en welkom te heten. Door open te staan voor Gods Liefde als geschenk.

Borgman noemt dat ‘de grammatica die Christus is’, een term die hij ontleent aan een middeleeuwse monnik. Voor hem is God niet los verkrijgbaar van Christus, die ons God in zijn ongekendheid laat kennen als onuitputtelijke bron van hoop waarop te vertrouwen valt, onder alle omstandigheden. Als scheppende liefde waardoor wij onszelf leren kennen: bestemd om daarop te reageren met wederliefde. “De grammatica die Christus is”, aldus Borgman, “is de grammatica van de noch te funderen, noch te hanteren, maar alles dragende en alles vernieuwende kracht van de liefde die reikt tot over de grenzen van de dood”.

God komt nabij in mensen die tegen de heersende logica in deze grammatica blijven oefenen. Die de kracht van deze liefde blijven leven, tegen de klippen op. En die blijven geloven dat zich dwars door alle ellende heen, of misschien zelfs er middenin, een bevrijdende en alles veranderende mogelijkheid aankondigt. Borgman noemt dat missionair. Pierre de Claverie en Christian de Chergé hebben zich vol overgave daaraan vastgehouden. Ook Olivier Maire koos ervoor om de beschadigde asielzoeker, wat hij ook had gedaan, niet af te wijzen maar met liefde te ontvangen. Inderdaad, dat is wereldvreemd. Het was opvallend hoe er over de Rwandese dader meteen getwitterd werd dat hij al veel eerder het land uitgezet had moeten worden. Degene die hem als gast opnam en het risico aanging van de ontmoeting deed het tegenovergestelde. Juist die vervreemding, zegt Erik Borgman, is echter een verborgen vorm van Gods liefdevolle aanwezigheid. Door uit die aanwezigheid te leven verbinden mensen zich met hem en worden zij tekens van hoop. In alle ongerijmdheid.

ds Marianne Bogaard  

 

Erik Borgman, Alle dingen nieuw.
Een theologische visie voor de 21e eeuw,
Utrecht 2020

De kerk opnieuw uitvinden

We leven in een tijd waarin de kerk almaar minder vanzelfsprekend en almaar onbekender voor de samenleving wordt. Er zijn postcode­gebieden waarin nog maar zo weinig PKN-leden zijn, dat deze mensen aangeraden wordt lid of gastlid te worden bij een andere kerk, of met elkaar een huisgemeente te vormen. In onze stad heeft de kerk zich teruggetrokken uit een heel aantal wijken – een proces dat al lang gaande is. Hoe maken we de liefde van God voor mensen zichtbaar? Hoe zijn we ‘missionaire gemeente’? Die vraag wacht op ons antwoord, elk jaar opnieuw, elke dag opnieuw. Maar zeker nu. Als we als kerkgemeenschap binnen blijven zitten, en alleen op elkaar gericht zijn, dan missen we onze opdracht en onze bestemming. Ons geloof wordt gevraagd, onze creativiteit en onze moed om te zoeken naar hoe wij de liefde van God zichtbaar kunnen maken naar Kralingen en naar Rotterdam.

Op een aantal plekken in Rotterdam zijn er teams en kerkelijk werkers die daar een speciaal project voor hebben: pioniersplekken. In heel Nederland zijn er (2020) 147 pioniersplekken. In Rotterdam zijn dat er wel 12. Allemaal zeer verschillende plekken en projecten. Al deze projecten hebben als opdracht om gemeenschap in Jezus’ naam te vormen, om werk te maken van gerechtigheid, om armoede te bestrijden, om duurzaam en behoedzaam om te leren gaan met de aarde. Niet alles tegelijk natuurlijk – maar alles heeft met elkaar te maken. Geloof vraagt om ja en amen én om handen en voeten. Elk project pakt dat op eigen wijze en met een eigen vorm aan. Van bijeenkomsten in het Verhalenhuis op Katendrecht tot de weggeefwinkel Yess! in Bospolder-Tussendijken, van activiteiten om mensen minder eenzaam te laten zijn in het wijkpastoraat tot gemeenschapsbijeenkomsten van ex-verslaafden. Elders in Nederland vind je ‘kerk in de kroeg’, op Facebook ‘Poptempel met heilige herrie’, en er zijn de landelijke communities www.mijnkerk.nl en www.popupkerk.nl. Op p. 3 van deze Caleidoscoop vertellen ­Jurek Woller en Sjaak en Tini Roos over hun ervaringen met pionieren.

Waar het om gaat als je de liefde van God zichtbaar wilt maken als kerk in deze tijd? Luisteren! Luisteren naar wat er speelt in onze wijk, in Kralingen. Wat doet zich voor in de samenleving? Waar kunnen wij bij aansluiten, waar kunnen we iets betekenen? Goed luisteren! Waar horen wij vragen van mensen, wat hebben zij nodig? Alles begint met luisteren naar wat er speelt. Als kerkgemeenschap in Kralingen hebben we gelukkig al vele verbindingen in de samenleving. Maar de liefde van God zichtbaar maken heeft ook alles te maken met hartelijk en belangstellend zijn naar alle mensen die het kerkgebouw binnenkomen. Missionaire gemeente-zijn kunnen we niet uitbesteden aan een commissie of aan een pionierswerker, we worden allemáál ingeschakeld. Met ieders zo verschillende talenten en gaven. Laten we zó deze zomer en de hoopvolle tijd van meer-mogelijk-ondanks-corona tegemoet gaan: door almaar meer, alsmaar verder nieuwe wegen te zoeken om Gods liefde zichtbaar te maken in de wijk en in de stad.

ds Ilse Hogeweg

 

Back to Basics
In het najaar zullen we met elkaar spreken over deze missionaire thema’s aan de hand van het boek Back to Basics – terug naar de kern. Wie is Jezus? Hoe denk je over groei? Wat is de context van onze kerk? Hoe verhoudt zich persoonlijk geloof tot de geloofsgemeenschap? Is het erg als dingen mislukken? Veel spannende vragen – denk er over of u mee wilt lezen en denken!