Wat heb jij over voor de toekomst?

Patriarch Bartholomeus (van de oosters orthodoxe kerken), paus Franciscus en aartsbisschop Welby (van de Anglicaanse kerk) deden een gezamenlijke oproep om het klimaat en de toekomst van deze wereld te redden. In Glasgow wordt van 1 tot 12 november de klimaattop gehouden. Niet eerder werkten deze kerkleiders samen, niet eerder werd zo’n dringende oproep richting de regeringsleiders en alle aardbewoners gedaan. ‘Er is geen moment te verliezen. We moeten beslissen welke wereld wij willen overdragen aan de volgende generatie. Deuteronomium 30:19. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen. Wij moeten kiezen om anders te leven; wij moeten het leven kiezen.’ We hebben dit jaar zo vele natuurrampen gezien. De dag van morgen kan nog veel erger worden, als wij onze keuzes niet veranderen. De drie kerkleiders vragen iedereen om zich in te zetten, ieder naar eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden. ‘De zorg voor Gods schepping is een spirituele opdracht, die vraagt om het antwoord van onze inzet. Dit is een kritiek moment. De toekomst van onze kinderen en de toekomst van ons gezamenlijk huis hangt er van af.’

Ter voorbereiding op de klimaattop in Glasgow wordt een pelgrimstocht gehouden. Deze is in augustus begonnen in Polen, een groep van 30 pelgrims maakt de hele tocht. Van 30 september tot 11 oktober komt de klimaatpelgrimstocht door Nederland. Op 10 oktober is er de mogelijkheid om mee te lopen in de Klimaatmars (van Amsterdam Zuidoost naar Hoofddorp – zie de website van de Groene Kerken). Dat wij leven in een kritieke tijd als het gaat om beslissingen over het klimaat, is ieder duidelijk die het nieuws volgt. Dat daarvoor onze inzet gevraagd wordt, is ook duidelijk. Het vervult mij elk jaar met respect en nederigheid, als het aantal milieuactivisten wordt genoemd dat is vermoord vanwege hun inzet voor een betere omgang met de aarde.

Jorge Enrique Oramas zag hoe illegale goudmijnbouw het Farallones-gebergte in Colombia vernielde. Het Farallones-gebergte is een gebied met regenwoud, zeldzame apen en vogels. Oramas coördineerde de oppositie tegen mijnbouw. Hij was zijn leven lang een leider op het platteland, deed wat hij kon om vrede onder de gemeenschappen te bevorderen en mensen aan hun recht te laten komen. Hij gaf voorlichting hoe families biologisch gewassen konden verbouwen, liet hen proeven en zien wat er kon. Op zaterdagavond 16 mei 2020 werd hij in zijn huis doodgeschoten, 70 jaar oud. Jorge Enrique Oramas is één van de 227 vermoorde milieuactivisten (van wie het lot bekend is).

Als er zo vele mensen zijn, met zo grote inzet voor deze aarde, die bereid zijn om zo veel gevaar te lopen, wat zouden wij dan aarzelen om onze levensstijl te veranderen? Het is tijd, het is nodig, om nú anders te gaan leven. Voor alle kinderen. Voor onze zuster, moeder aarde – om met die andere Franciscus te spreken in zijn Zonnelied. Voor zuster water en broeder wind. Prijs en zegen mijn Heer, en dank en dien Hem in grote nederigheid.

ds Ilse Hogeweg

 

 

Wake voor Jorge Enrique Oramas
Hierboven: Wake voor de vermoorde Jorge Enrique Oramas

Hieronder: De kerkleiders bijeen

De grammatica van de hoop

Het is niet met elkaar te rijmen. Een priester die vermoord wordt door de man aan wie hij onderdak biedt. Het gebeurde onlangs in Frankrijk. De dader was een Rwandese asielzoeker die een tijd in de gevangenis had gezeten omdat hij brand had gesticht in de kathedraal van Nantes. Na zijn vrijlating onder voorwaarden had de priester, Olivier Maire, hem opgenomen in zijn religieuze gemeenschap. Deze gastvrijheid werd zijn dood.

Is de christelijke naastenliefde van deze geestelijke niet naïef geweest? Al het geloof van de wereld is  niet opgewassen tegen het kwaad dat mensen kan gaan beheersen. Meerderen hebben daarvoor de prijs van hun leven betaald. Aan het eind van zijn boek ‘Alle dingen nieuw. Een theologische visie voor de 21e eeuw‘ noemt Erik Borgman verschillende voorbeelden, waaronder de Algerijnse dominicaan Pierre Claverie, die samen met zijn chauffeur wordt vermoord in 1981. Hij bleef in Algerije toen de situatie daar zeer gevaarlijk werd. Toen hem de vraag werd voorgelegd waarom, antwoordde hij: “Waar zou de kerk als het lichaam van Christus anders zijn dan bij degenen die lijden? Ik geloof dat de kerk sterft door niet dicht genoeg bij het kruis van Jezus te zijn.” Ook noemt Borgman de prior van de trappisten van Tibhirine, Christian de Chergé, die in 1996 samen met zes medebroeders besluit om niet te vertrekken uit solidariteit met de plaatselijke bevolking. Zij worden eveneens slachtoffer van extremisme in Algerije. De confrontatie tussen hun religieuze inzet en het gruwelijke einde is meer dan schokkend, omdat die iets zegt over onze menselijke samenleving. Daarin lijkt God vaak geheel afwezig. In het geweld, in het lijden, in onverschilligheid regeert een logica waarin zijn koninkrijk een onmogelijkheid lijkt. Daarvoor kiezen is eigenlijk wereldvreemd.

Toch is dat, betoogt Borgman in ‘Alle dingen nieuw’, juist wat de wereld tot haar ware bestemming brengt. Niet alleen bij mensen die uitzonderlijke en moedige keuzes maken, maar in ieders leven. In dit weerbarstige ‘schijnbaar Godvergeten’ bestaan stelt hij de vraag hoe God nabij is en probeert een theologie te ontwerpen die de werkelijkheid van de 21e eeuw ten volle onder ogen ziet. Dat doet deze katholieke theoloog door met veel denkers en dichters in gesprek te gaan. Het uitgangspunt daarbij is dat de goddelijke presentie zich nergens zomaar laat aanwijzen. Onze eigen inzichten stuiten op grenzen, de vragen van het leven zijn niet te begrijpen door bepaalde regels en principes als antwoord te formuleren. Dat is ook niet wat de theologie zou moeten doen. Het gaat om een geloofshouding die niet wegkijkt van de plaatsen waar het kruis staat. In het roepen om zijn aanwezigheid, juist vanuit onze geschoktheid, is God bezig aanwezig te komen. Hij is het zelf die dat verlangen in ons wekt. Wie bidt ‘door mee te gebaren en te schreeuwen met de pijn van de wereld’, wordt daardoor opgenomen in Gods komst naar de wereld. Dat staat haaks op de realiteit waarin we graag alles willen in de hand willen hebben. Het paradoxale van het geloof is dat het gaat over wat niet gezegd kan worden en wat als onmogelijk wordt gezien.

Dat klinkt abstract, het is ook geen gemakkelijk boek. Maar tegelijk brengt Borgman het heel dichtbij. Want wij kunnen Gods stem alleen horen zoals God spreekt in het leven van mensen. God zelf is ongekend, maar ons leven is een ruimte waarin Gods spreken meeklinkt, doorklinkt en opklinkt. Het gaat erom dat we in ons eigen bestaan voortdurend open proberen te staan voor zijn aanwezigheid. Door in de handelingen van alledag, hoe onbelangrijk die ook lijken, God te verwachten en welkom te heten. Door open te staan voor Gods Liefde als geschenk.

Borgman noemt dat ‘de grammatica die Christus is’, een term die hij ontleent aan een middeleeuwse monnik. Voor hem is God niet los verkrijgbaar van Christus, die ons God in zijn ongekendheid laat kennen als onuitputtelijke bron van hoop waarop te vertrouwen valt, onder alle omstandigheden. Als scheppende liefde waardoor wij onszelf leren kennen: bestemd om daarop te reageren met wederliefde. “De grammatica die Christus is”, aldus Borgman, “is de grammatica van de noch te funderen, noch te hanteren, maar alles dragende en alles vernieuwende kracht van de liefde die reikt tot over de grenzen van de dood”.

God komt nabij in mensen die tegen de heersende logica in deze grammatica blijven oefenen. Die de kracht van deze liefde blijven leven, tegen de klippen op. En die blijven geloven dat zich dwars door alle ellende heen, of misschien zelfs er middenin, een bevrijdende en alles veranderende mogelijkheid aankondigt. Borgman noemt dat missionair. Pierre de Claverie en Christian de Chergé hebben zich vol overgave daaraan vastgehouden. Ook Olivier Maire koos ervoor om de beschadigde asielzoeker, wat hij ook had gedaan, niet af te wijzen maar met liefde te ontvangen. Inderdaad, dat is wereldvreemd. Het was opvallend hoe er over de Rwandese dader meteen getwitterd werd dat hij al veel eerder het land uitgezet had moeten worden. Degene die hem als gast opnam en het risico aanging van de ontmoeting deed het tegenovergestelde. Juist die vervreemding, zegt Erik Borgman, is echter een verborgen vorm van Gods liefdevolle aanwezigheid. Door uit die aanwezigheid te leven verbinden mensen zich met hem en worden zij tekens van hoop. In alle ongerijmdheid.

ds Marianne Bogaard  

 

Erik Borgman, Alle dingen nieuw.
Een theologische visie voor de 21e eeuw,
Utrecht 2020

De kerk opnieuw uitvinden

We leven in een tijd waarin de kerk almaar minder vanzelfsprekend en almaar onbekender voor de samenleving wordt. Er zijn postcode­gebieden waarin nog maar zo weinig PKN-leden zijn, dat deze mensen aangeraden wordt lid of gastlid te worden bij een andere kerk, of met elkaar een huisgemeente te vormen. In onze stad heeft de kerk zich teruggetrokken uit een heel aantal wijken – een proces dat al lang gaande is. Hoe maken we de liefde van God voor mensen zichtbaar? Hoe zijn we ‘missionaire gemeente’? Die vraag wacht op ons antwoord, elk jaar opnieuw, elke dag opnieuw. Maar zeker nu. Als we als kerkgemeenschap binnen blijven zitten, en alleen op elkaar gericht zijn, dan missen we onze opdracht en onze bestemming. Ons geloof wordt gevraagd, onze creativiteit en onze moed om te zoeken naar hoe wij de liefde van God zichtbaar kunnen maken naar Kralingen en naar Rotterdam.

Op een aantal plekken in Rotterdam zijn er teams en kerkelijk werkers die daar een speciaal project voor hebben: pioniersplekken. In heel Nederland zijn er (2020) 147 pioniersplekken. In Rotterdam zijn dat er wel 12. Allemaal zeer verschillende plekken en projecten. Al deze projecten hebben als opdracht om gemeenschap in Jezus’ naam te vormen, om werk te maken van gerechtigheid, om armoede te bestrijden, om duurzaam en behoedzaam om te leren gaan met de aarde. Niet alles tegelijk natuurlijk – maar alles heeft met elkaar te maken. Geloof vraagt om ja en amen én om handen en voeten. Elk project pakt dat op eigen wijze en met een eigen vorm aan. Van bijeenkomsten in het Verhalenhuis op Katendrecht tot de weggeefwinkel Yess! in Bospolder-Tussendijken, van activiteiten om mensen minder eenzaam te laten zijn in het wijkpastoraat tot gemeenschapsbijeenkomsten van ex-verslaafden. Elders in Nederland vind je ‘kerk in de kroeg’, op Facebook ‘Poptempel met heilige herrie’, en er zijn de landelijke communities www.mijnkerk.nl en www.popupkerk.nl. Op p. 3 van deze Caleidoscoop vertellen ­Jurek Woller en Sjaak en Tini Roos over hun ervaringen met pionieren.

Waar het om gaat als je de liefde van God zichtbaar wilt maken als kerk in deze tijd? Luisteren! Luisteren naar wat er speelt in onze wijk, in Kralingen. Wat doet zich voor in de samenleving? Waar kunnen wij bij aansluiten, waar kunnen we iets betekenen? Goed luisteren! Waar horen wij vragen van mensen, wat hebben zij nodig? Alles begint met luisteren naar wat er speelt. Als kerkgemeenschap in Kralingen hebben we gelukkig al vele verbindingen in de samenleving. Maar de liefde van God zichtbaar maken heeft ook alles te maken met hartelijk en belangstellend zijn naar alle mensen die het kerkgebouw binnenkomen. Missionaire gemeente-zijn kunnen we niet uitbesteden aan een commissie of aan een pionierswerker, we worden allemáál ingeschakeld. Met ieders zo verschillende talenten en gaven. Laten we zó deze zomer en de hoopvolle tijd van meer-mogelijk-ondanks-corona tegemoet gaan: door almaar meer, alsmaar verder nieuwe wegen te zoeken om Gods liefde zichtbaar te maken in de wijk en in de stad.

ds Ilse Hogeweg

 

Back to Basics
In het najaar zullen we met elkaar spreken over deze missionaire thema’s aan de hand van het boek Back to Basics – terug naar de kern. Wie is Jezus? Hoe denk je over groei? Wat is de context van onze kerk? Hoe verhoudt zich persoonlijk geloof tot de geloofsgemeenschap? Is het erg als dingen mislukken? Veel spannende vragen – denk er over of u mee wilt lezen en denken!

Gedeeld verleden

“Gedeeld verleden, gezamenlijke toekomst”, heet de werkgroep die jaarlijks in Rotterdam de herdenking voorbereidt van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. Rondom de herdenking wordt in de Hoflaankerk een viering gehouden die wordt voorbereid door mensen uit kerken met veel Surinaamse of Caribische leden en uit onze Protestantse Gemeente Kralingen. In die viering komen verschillende perspectieven bij elkaar. Meerdere Surinamers hebben in hun familielijn tot slaaf gemaakten en zijn opgegroeid met verhalen over de slavernij. Mijn familie van vaderskant komt oorspronkelijk uit Zeeland en er is zelfs een tak die Koopman heet. Als ik mee zou doen aan ‘Verborgen Verleden’, waarin men ver teruggaat in iemands familiegeschiedenis, zou het maar zo kunnen gebeuren dat er ergens een plantage-eigenaar opduikt. Maar ook zonder zo’n concrete link verbindt mijn achtergrond me eerder met de Zeeuwen en de Hollanders die vrijwillig naar de West trokken dan met de Afrikanen die daar als slaaf naartoe werden gehaald.

Beide perspectieven zijn deel van ons verleden. De slavernij (± 1637 – 1863) is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Wie daar sinds juni 2020 ook in is opgenomen is Anton de Kom. Zelf zoon van een vader die nog net ten tijde van de slavernij als slaaf geboren werd, schreef hij in 1934 het boek “Wij slaven van Suriname”. Daarin beschrijft hij niet alleen hoe de slavernij tot stand kwam en in stand gehouden werd, maar legt hij ook de structuren ervan bloot die met de afschaffing niet zomaar verdwijnen. Het boek werd vorig jaar opnieuw uitgegeven, voor mij een goede reden het eindelijk eens te lezen en me al lezend te verplaatsen in het perspectief van de (voormalige) slaven. Wat mij daarbij het meest raakte was de vanzelfsprekendheid waarmee medemensen tot eigendom werden gemaakt. Met christelijke goedkeuring … Zo schrijft Johan Picardt, predikant in Coevorden, in de gouden eeuw dat “deze menschen”, de Afrikanen die hij als nakomelingen van Cham beschouwt, in vrijheid niet willen deugen en zichzelf niet kunnen regeren, en dat hun welvaart bestaat in slavernij.

De slavernij in Suriname is gruwelijk. Zo hebben eigenaren de bevoegdheid hun slaven te straffen door hun handen en knieën samen te binden en hen dan te geselen. Wil een eigenaar dat niet zelf doen, dan gebeurt dat tegen betaling op het fort in Paramaribo. Individuele pogingen van gouverneurs om de uitwassen te bestrijden stranden op de economische belangen van de plantagehouders. Tekenend is dat deze bij de afschaffing van de slavernij een financiële compensatie eisen en krijgen voor iedere vrijgelaten slaaf.

Hoe vier je de afschaffing van de slavernij als je verre voorouders daar vermoedelijk direct of indirect van geprofiteerd hebben? Recent onderzoek toont aan dat de stad Rotterdam als partner van de VOC en de WIC actief betrokken was bij het kolonialisme en de slavernij. ‘Keti Koti’ – ‘Verbreek de ketenen’, zoals het genoemd wordt in de Surinaamse taal die op de plantages ontstond, is hier echter nooit een feestdag geweest. Hebben wij wel wat te vieren? Of is dit vooral iets van Surinaamse en Caribische Nederlanders? De gesprekken in de voorbereidingsgroep én het boek van Anton de Kom maken mij ervan bewust dat dit juist wel iets is dat we sámen moeten vieren. Allereerst erkennen we daarmee dat de slavernij mensonterend is geweest, en dat de gevolgen daarvan nog doorwerken. In familieverhalen, in opgebouwde rijkdom, in machtsstructuren, in ongelijke kansen. Wie een kleur heeft staat eerder op achterstand. Daarnaast belijden we eensgezind dat ieder gelijk geschapen is, naar Gods beeld en gelijkenis. Dat we geroepen zijn elkaar in vrijheid te dienen. En ten slotte nemen we verantwoordelijkheid om onze samenleving zo op te bouwen dat ieder mens daarin tot haar of zijn recht komt.

“Ik voel me altijd thuis in Nederland, behalve met Keti Koti”, zei Jeangu Macrooy, die ons vertegenwoordigde op het songfestival. Dat heeft ermee te maken, dat 1 juli voor hem een belangrijke dag is, maar dat veel Nederlanders niet weten wat er dan gevierd wordt. Wat zou het mooi zijn als we hem en anderen zouden kunnen laten merken dat we beseffen dat de slavernij ons gedeelde verleden is, zij het vanuit verschillende perspectieven. En dat we juist daarom vieren dat het verléden is, en dat we werken aan een toekomst in diversiteit, solidariteit en vrijheid.

ds Marianne Bogaard

 

Het boek van Anton de Kom:
“Wij slaven van Suriname”,
ISBN 9789045041094