Nacht

In deze donkere weken zingen we graag de mooie adventsliederen over uitzien naar licht, uitzien naar de morgen. Donker en duister vallen in onze beleving én in bijbelse taal vaak ­samen met moeite en moeilijkheden. Met: geen uitzicht zien. Tegelijk mogen we ons geborgen weten in de nacht. Als wij gaan slapen is er altijd de Eeuwige, die over ons waakt. Ook daarvan spreken prachtige psalmteksten: Liggend op mijn bed denk ik aan U, wakend in de nacht prevel ik uw naam (Psalm 63: 7). Als U het duister spreidt, valt de nacht, en alles wat leeft in het woud gaat zich roeren (Psalm 104: 20).
Het donker van de nacht vraagt van ons een geloofsopgave: om geduldig te blijven wachten en het donker te verduren. Het vraagt van ons opnieuw en anders overgave aan de Eeuwige. Het vraagt van ons het vertrouwen op de Eeuwige, die over ons waakt. Voor wie dat vertrouwen vast kan houden, is er geborgenheid in de nacht. Oók als je niet kunt slapen, óók als je ’s nachts ligt te piekeren, ook als ’s nachts alles groter en moeilijker lijkt dan overdag, is het goed om te bidden, om je te herinneren: God ziet mij, God waakt over mij, ook nu. In veel kloostergemeenschappen houden de zusters en broeders het nachtgebed, zij komen ’s nachts óók samen om te zingen en te bidden. Natuurlijk is dit soms vermoeiend. Ik heb tegelijk ook zusters en broeders horen zeggen, dat dit de meest stille en intieme momenten in hun geloofsgemeenschap zijn. Het donker van de nacht kan ons helpen om dichter bij de Eeuwige te komen.

In memoriam Gijsbert – Gijs – Roodhorst

Voor de laatste keer sprak Gijs ons toe in de dienst van 31 oktober. Als voorbereiding op deze dienst waren twaalf tieners bij ouderen op bezoek gegaan. Twee van hen hoorden van Gijs hoe zijn geloof werd gevoed door de kerkdienst en hoe belangrijk de gemeenschap voor hem was. En maakten daar een filmpje van. Op de vroege zondagmorgen vóór die dienst overleed Gijs in het ziekenhuis. Zijn vrouw Gré gaf aan dat het toch mooi was het filmpje te laten zien. Het was een intens moment: Gijs die op deze manier in ons midden was, terwijl we hoorden van zijn overlijden. De schok was groot.

We herdachten Gijs in de Prinsenlandkring de week daarna. We kwamen ook met een paar tieners bij elkaar en zochten in de boeken van de Hoflaankerk zijn doop- en belijdenisdatum op. Gijs was vanuit zijn familiegeschiedenis verweven met Kralingen en met deze kerk. In de afschuwelijke tijd van het bombardement op Rotterdam in 1940 zal het een enorme troost geweest zijn dat de Hoflaankerk én de boekhandel van de familie van moederskant, Amesz, gespaard bleven. De beelden van de verwoesting werden echter in Gijs’ herinnering gegrift. Later zal hij zelf in de boekhandel komen en de zaak overnemen. Hij is dan inmiddels getrouwd met Greetje, die hij in een boekhandel in Rotterdam heeft leren kennen. Samen bouwen zij hun leven op en krijgen een tweeling: Miriam en Marga.

Gijs staat midden in de Kralingse gemeenschap. Hij staat ook midden in de kerk. Als vanzelfsprekend betrokken. Dat geeft zijn bestaan een diepe zin. Ooit begon het bij de jongemannenvereniging Onesimus. Het zal zelfs leiden tot het voorzitterschap van de kerkenraad. Maar ook het stencilen en rondbrengen van orde van dienst ziet hij als zijn taak. Het pastoraat. Vorming en Toerusting. Bij alles wat hij doet, blijft hij zorgvuldig in de omgang, mild, vergevingsgezind. Even dienstbaar en trouw is hij naar Gré en zijn dochters toe. Hij is druk en krijgt daar de ruimte voor. Maar hij geeft ook ruimte, dwingt nooit iets af. Voor zijn kleinkinderen is hij een opa met aandacht voor hún leven.

‘Gelukkig de vredestichters’, lazen wij bij de dankdienst voor zijn leven in de Hoflaankerk op 5 november, “want zij zullen kinderen van God genoemd worden”. We laten hem los in het vertrouwen dat de verbondenheid met de Eeuwige, die in zijn lange leven gegroeid is, door de dood niet verbroken kan worden. Maar wat zullen we hem missen. Onze gedachten en gebeden zijn bij Gré, Miriam en Peter, Marga en Alwin en de kleinkinderen.

Meeleven

Wij zijn dankbaar te kunnen berichten dat de operatie van Cor Monster, Hoflaan 34, goed verlopen is.
Riet van Rooijen, Sionstraat 72, maakt een pijnlijke aanval van gordelroos door. Wij wensen haar veel sterkte.
Dora Eikelboom is gevallen na een museumbezoek en brak daarbij haar heup. Zij is geopereerd en revalideert in het Aafje Zorghotel (Kleiweg 500, kamer 103). Gelukkig gaat het goed met haar. We hopen dat ze op niet al te lange termijn weer naar huis kan!

De bloemen gingen naar

Op 31 oktober kreeg mw Gré Roodhorst, Jacques Dutilhweg 723 de bloemen met onze meelevende groet voor haar, op deze verdrietige dag van het overlijden van haar man.
Op 7 november gingen de bloemen naar mw Riek de Jong-Paulus, Schaardijk 498 k. 4, omdat zij niet aanwezig kon zijn bij de gedachtenisdienst waarin ook het overlijden van haar man werd herdacht.
Mw Truus Suister-van Willigen, die woont op het Martinus Batenburgplein 38, heeft lang op een operatie moeten wachten. Zij kreeg de bloemen op 14 november; ter bemoediging nu ze herstellende is.
Hartelijke groet en bemoediging voor mw Corrie van Luijk-Nagel, Jacques Dutilhweg 607. Zij is verhuisd naar de Twee Bruggen, Pascalweg. Zij kreeg 21 november de bloemen.
Mw Janet Streefkerk is verhuisd van Hoppesteijn naar de Nieuwe Plantage, afdeling Hortensia, kamer 8. Naar haar gingen de bloemen van zondag 28 november.

Met een hartelijke groet,
ds Marianne Bogaard en ds Ilse Hogeweg

 

Zend ons een engel in de nacht
als alles ons een raadsel is,
als ons de zekerheid en kracht
ontvallen in de duisternis.

Zend ons een engel ieder uur
dat ons ontvoert van U vandaan,
wanneer wij voor de blinde muur
van uw geheime plannen staan.

Zend ons een engel met uw licht
in onze slaap, de metgezel
die troost brengt met het vergezicht
van God met ons, Emmanuel.

Zend ons in hem de zekerheid
dat U ons zelf bezoeken zult
en bij ons wonen in uw tijd,
en leer ons wachten met geduld.

Michel van der Plas | Lied 258