Achterblijvers

Het kón weer: de marathon van Rotterdam, het grote sportfeest. Met de Belgische winnaar ­Bashir Abdi met zijn Europees record, met enkele gemeenteleden die een gedeeltelijke marathon liepen, Anieke Wierenga die de volledige marathon liep en wat was het prachtig weer. Traditiegetrouw werd de laatste loper Bert uit Bleiswijk met politiemotoren begeleid, kreeg hij zijn medaille uit handen van de winnaar Bashir Abdi én een bos bloemen van burgemeester Aboutaleb. Prachtig, zo hoort het: het feest is pas compleet als de laatste echt binnen is.
Tijdens de anderhalf jaar dat corona onze samenleving en onze kerkgemeenschap stillegde, hebben we ons veel zorgen gemaakt over mensen die erg eenzaam waren. Over mensen die tegen vele moeilijkheden opliepen vanwege kwetsbaarheid, hun angst, mensen die van familie afgesneden waren, ondernemers die inkomen zagen verdampen, jongeren die het gemis van onderwijs op school en sociaal contact niet aankonden. De samenleving is nu weer open. Er kan weer veel meer. Laten we óók nu, júíst nu om ons heen blijven kijken naar de achterblijvers van nu. Wie is er nú eenzaam, nu we daar niet meer zo expliciet aandacht voor hebben met elkaar? Wie heeft er moeite mee om weer aan te haken bij het hoge tempo van alles wat weer moet en kan? Als kerkelijke gemeenschap hebben we te allen tijde om te zien naar elkaar en zorg te dragen voor wie het moeilijk heeft. Laat het prachtige plaatje van Bert uit Bleiswijk ons daarbij inspireren: het feest is pas compleet als de laatste veilig binnen is.

 

Uitgestelde zorg

Een aantal gemeenteleden wacht op een operatie, soms een zeer ingrijpende. Het is voor hen en hun familie een moeilijke en onzekere tijd, nu de zorg overbelast is. We leven met hen mee, we hopen en bidden dat deze operaties doorgang kunnen vinden. We leven ook mee met de overbelaste verpleegkundigen, artsen en huisartsen.

 

Meeleven

Andrien van der Wal, Admiraliteitskade 74Z, heeft haar tweede heupoperatie ondergaan. Opnieuw betekent dat hard aan het werk voor revalidatie. Daar wensen wij haar heel goede moed voor!
Piets Vogel-den Breejen, Honingerdijk 255, heeft korte tijd in een zorghotel moeten verblijven. Zij is blij, en wij voor haar, dat zij nu weer thuis is.
Truus Suister, Marinus Batenburgplein 38, is na een lange periode van wachten eindelijk geopereerd aan een middenrifbreuk waar zij veel last van had. Zij kon gelukkig vrij snel naar huis en herstelt tot nu toe voorspoedig. Hopelijk blijven de klachten weg, we wensen haar en Theo sterkte.
Eelco Stapelkamp, Joh. Meulsteestraat 21, zal binnenkort opnieuw geopereerd worden. Zijn herstel na de operatie in augustus is goed verlopen, maar een tweede operatie is wenselijk. We leven met hem en Edith, Leonie en Joëlle mee.
André de Boer, Huub van der Brulestraat 231, heeft zijn pastorale werk een tijd niet kunnen uitvoeren vanwege een opeenstapeling van meerdere ongemakken. Ook kon hij daarom niet meezingen in de cantorij. Binnenkort hoopt hij weer mee te kunnen doen, en wij hopen dat met hem.

 

Bloemen oktober

Op 3 oktober ontvingen Bert en Loes Heere, Mia van Yperenplein 55, de bloemen als felicitatie. Op 30 september was het 55 jaar geleden dat zij in het huwelijk traden.
Er waren twee bossen op 10 oktober. Die gingen naar de heer en mw L.C. Fransman-Bakboord, Pieter Klapwijkstraat 22, vanwege hun 60 jarig huwelijk op 4 oktober, en naar Henny en Leonard de Vos-Koerselman, Leendert Butterstraat 44, die op 8 oktober 45 jaar getrouwd waren.
Vanuit de dienst op 17 oktober werden bloemen gebracht als bemoediging naar mw Trudy Vellekoop-Alblas. Zij verblijft in De Tweemaster, afdeling Furie: Vondelpark 2, Maassluis.
Zondag 24 oktober werden de bloemen aan Yvonne de Jong-v.d. Bie geschonken, in dank voor al het werk dat zij doet rondom de bestemming van de zondagse bloemen.
Op 31 oktober werd dhr Cor Monster, Hoflaan 34, bemoedigd met bloemen voor het herstel na zijn operatie.

Uw pastores
ds Marianne Bogaard en ds Ilse Hogeweg

 

De eersten zijn de laatsten,
wie nakomt gaat voorop,
zij moeten zich niet haasten,
die leven van de hoop.

 

Willem Barnard | Lied 991:1