Was in het verleden Sinterklaas hét feest waar winkeliers voor uitpakten, tegenwoordig begint het kerstfeest steeds meer die plek in te nemen. Het is lucratiever om cadeau’s onder de aandacht te brengen die met Kerst geassocieerd worden, zei een winkelier onlangs in het journaal. Vóór 5 december werd op veel plaatsen dan ook de kerstversiering al opgehangen. De winkelstraten staan in de laatste weken van het jaar in het teken van de voorbereiding op de warmte en de gezelligheid van kerst. 

We verlangen naar licht. We verlangen naar vrede. En hoe sterker dat verlangen contrasteert met wat er gaande is in de wereld, hoe meer we in december een eigen veilige cosmos proberen te scheppen. Met lichtjes, kerststerren en “All I want for Christmas” op de radio. De wintertijd leent zich daar bij uitstek voor. Is er een betere manier om de donkere dagen door te komen dan door in onze huizen en in onze straten een sfeer te creëren van geborgenheid? Ook het ontroerende verhaal van de geboorte van een kind leent zich daarvoor.

Toch maakt de overdaad aan licht me ongemakkelijk. Zeker dit jaar. Want warmte is niet voor iedereen weggelegd, ook niet in onze stad. Achter nogal wat voordeuren heerst energiearmoede. En hoeveel mensen zullen er zijn voor wie al die gezelligheid schrijnend de wond aanraakt van eenzaamheid?  December lijkt in dat opzicht een maand die tegenstellingen vergroot. Lang niet ieder kan zich de luxe van een kerstdiner veroorloven. Lang niet ieder heeft verwanten bij wie hij of zij zich geborgen voelt. Voor sommigen versterkt het kunstlicht de duisternis.

Juist daarom verlang ik naar de inkeer van advent. Advent is meer dan je voorbereiden op Kerstmis door het feestgevoel te laten groeien. Advent weet van het donker. Advent begint daar waar de roep klinkt om gerechtigheid, de bede dat God zal komen om hen te bevrijden die niet kunnen ontsnappen aan on-vrede en on-veiligheid. Ik verlang naar een adventstijd die de pijn, de armoede en de wanhoop niet in de schaduw zet met overdaad, maar laat oplichten. Zodat wie lijden aan dit leven op aarde zich gezien weten en er ook in hun bestaan sprankjes licht doorbreken.

Dat begint met het aansteken van een kaars. Eén kaars in het donker. Een kwetsbaar teken van verwachting. En dan twee. Drie. Vier. Tot we uitkomen bij de nacht waarin een Mensenkind zelf het Licht blijkt te zijn dat alles anders maakt. Niet glorieus maar meer dan menselijk. Wie zich voorbereid op zijn komst komt in de eenvoud van de stal terecht. Temidden van de minder geslaagden in de samenleving, zoals indertijd de herders. Met Kerst vieren we niet dat we het zelf goed hebben, al mogen we daar best van genieten als dat zo is. Maar de boodschap die ons uit den Hoge wordt gebracht is dat in Christus de Eeuwige juist hen nabij komt die niets te vieren hebben.

ds Marianne Bogaard